S M

Hét informatiepunt voor professionals
op het gebied van wonen, welzijn en zorg

Gemeenschappelijk wonen over de grens

Wohnen mit Alt und Jung in Duitsland. Foto: Anita Bous

Praktijkvoorbeelden uit Zweden, Duitsland en de Verenigde Staten

Nieuwe woonvormen staan in de belangstelling, nu het beleid erop gericht is dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen. Het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg besteedt met het thema woonvariaties en de studiereis Meergeneratie wonen in Duitsland extra aandacht aan gemeenschappelijke woonvormen. In het buitenland zijn volop voorbeelden te vinden. Els de Jong (WONO) beschrijft drie gemeenschappelijke woonprojecten in drie landen: Zweden, Duitsland en de Verenigde Staten. Er zijn overeenkomsten tussen deze projecten, die ook wel worden aangeduid met de termen cohousing of collaborative housing. Maar er zijn ook verschillen. De beschreven cohousingprojecten zijn net weer iets anders van opzet dan in Nederland gebruikelijk is. Het is interessant om ook deze gemeenschappelijke woonvormen van over de grens te bestuderen om zo het scala van mogelijke woonvariaties uit te breiden.

Hieronder leest u korte beschrijving van de drie projecten en de meest in het oog springende kenmerken, ter inspiratie en aanvulling van de Nederlandse praktijk. Bij elk project kunt u doorklikken naar de uitgebreide projectbeschrijvingen.

Zweden

Het cohousingproject Färdknäppen uit Stockholm is bedoeld voor de 'second half of life'. De leeftijdsgrens vanaf 40 jaar ligt lager dan in Nederland bij groepswonen van ouderen. Een ander verschil is, dat er in Färdknäppen een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd, en er vijf dagen per week wordt gekookt en gezamenlijk gegeten. Voor het zelf schoonhouden van de gemeenschappelijke ruimte betaalt de woningcorporatie een marktconform bedrag aan de groep, die hiermee inkomsten genereert. Niet zo zeer de gezelligheid, maar het gezamenlijk werken staat centraal. Het is daarom ook een aantrekkelijke woonvorm voor bewoners die nog niet gepensioneerd zijn, omdat ze bijvoorbeeld niet hoeven te koken na het werk. In Nederland is het bij veel woongroepen van ouderen een probleem, dat de bewoners vaak tegelijkertijd zorgbehoevend worden, doordat ze gelijktijdig ouder worden. Het wordt dan moeilijk om nog jongere leden aan te trekken. Doordat er bij de Zweedse opzet voor de 'second half of life' meer sprake is van wederkerigheid tussen de jongere en de oudere leden, is dit probleem ondervangen.

In het Zweedse model is de gemeenschappelijke ruimte erg groot en biedt gelegenheid aan allerhande activiteiten. En er is een grote, professionele keuken. Daarvoor in ruil nemen de Zweedse bewoners genoegen met een kleiner privé appartement. Zij betalen voor dit kleinere appartement dezelfde prijs als voor een standaard appartement. Op die manier worden de gemeenschappelijke ruimten gefinancierd. In Nederland zijn woningcorporaties over het algemeen geen voorstander van het bouwen van kleinere woningen. In Nederland is het, net als in Duitsland, ook gebruikelijk om een gemeenschappelijke ruimte zo te ontwerpen, dat die later om te bouwen is tot een gewone woning. De Zweedse woningcorporatie neemt meer risico door echt afwijkend te bouwen voor een alternatieve woonvorm.

Lessen uit Zweden
Het zou interessant zijn om met onderzoek te achterhalen of er in Nederland ook ouderen zijn, die geïnteresseerd zijn in een woongemeenschap volgens de Zweedse visie, waarbij privé ruimte wordt opgegeven voor meer gemeenschappelijk en meer gemak. Of er empty nesters zijn, die genoegen zouden nemen met een kleiner appartement, als zij de beschikking hebben over extra gemeenschappelijke ruimte, zeker nu er in het algemeen een trend naar kleiner wonen lijkt op te komen, met de toename van het aantal ouderen en eenpersoonshuishoudens.
De rol van de woningcorporatie is van groot belang bij alternatieve woonvormen, niet alleen bij de projectontwikkeling. Ook het beheer vraagt een andere manier van werken, doordat de bewoners van een woongemeenschap de gemeenschappelijke ruimtes in zelfbeheer hebben en een stem hebben bij de toewijzing van woningen.

Duitsland

Na een opleving van woongroepen van ouderen in de negentiger jaren komen er in Duitsland, net als in Nederland, sinds 2000 steeds meer nieuwe woongemeenschappen waar meerdere generaties samenleven. Een voorbeeld is het project Wohnen mit Alt und Jung. Niet alleen senioren, maar ook jongere gezinnen met kinderen vinden deze woonvorm aantrekkelijk. Dit mehrgenerationenwohnen - niet te verwarren met de Mehrgenerationshaüser, wat buurtgerichte ontmoetingscentra zijn - is in Nederland nog niet zo wijd verbreid. Een eerste project naar Duits voorbeeld wordt gerealiseerd in Nijmegen. Analoog aan het Nederlandse idee van de participatiesamenleving ziet ook de Duitse overheid deze woonvorm als een goede mogelijkheid om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Opvallend is dat in Duitsland de overheid en ook het maatschappelijk middenveld het meergeneratiewonen actief stimuleert, door middel van experimenten, prijsvragen en het verstrekken van informatie. Dit wordt gezien als een voorwaarde voor het welslagen van deze alternatieve woonvormen.

Lessen uit Duitsland
Bij de cohousing gemeenschappen waar jong en oud samen wonen, is er sprake van wederkerigheid in de ondersteuning van elkaar. Ouderen zorgen bijvoorbeeld voor kleine kinderen, jongere gezinnen helpen zo nodig ouderen. Dit geldt ook voor de Zweedse 40+ woongroep, waar de oudere leden de jongere leden die nog werken, ontlasten. Deze wederkerigheid is een belangrijke voorwaarde voor het vitaal houden van de gemeenschap.
Wellicht is er in Nederland net als in Duitsland belangstelling voor wonen met oud en jong, maar is de vraag nog latent vanwege gebrek aan bekendheid. Informatieverstrekking en het aanbieden van ondersteuning zijn voorwaarden om dergelijke projecten te stimuleren.

Verenigde Staten

In de Verenigde Staten zijn nieuwe woonvormen voor ouderen sterk in opkomst. Er is in Amerika een handvol 'senior cohousing' projecten gerealiseerd en er zijn vele in ontwikkeling. Cohousing met meerdere generaties is al langer bekend. Deze projecten zijn voor het merendeel gerealiseerd in de koopsector. Anders dan bij de Duitse en Zweedse woongroepen, die in de huursector zijn ontwikkeld door een woningcorporatie, doet de initiatiefgroep de projectontwikkeling zelf. Zo had Swan’s Market, het hier beschreven project, niet ontwikkeld kunnen worden zonder de financiële steun en inbreng van de bewonersgroep. Zij wisten het stadsbestuur te overtuigen van het idee om marktconforme koopwoningen te bouwen in een oud marktgebouw in het vervallen stadscentrum van Oakland. Bij Swan’s Market is extra aandacht besteed aan een ontwerp, dat ontmoeting stimuleert. De bewoners lopen over een ruime, overdekte binnengang naar hun woning. Deze gemeenschappelijke ruimte kijkt uit over een publieke ruimte, die daardoor ook minder anoniem is.

In de Verenigde Staten speelt een gespecialiseerd architectenbureau een belangrijke rol bij de opkomst van cohousing projecten. Ook de initiatiefgroep van Swan’s Market werd ondersteund door dit bureau, The Cohousing Company. Het goed florerende architectenbureau heeft onder meer een uitgebreid stappenplan ontwikkeld om initiatiefgroepen te begeleiden op allerlei gebied tijdens het planproces. Er is veel kennis aanwezig over het ontwerpen van gemeenschappelijke ruimtes die ontmoeting stimuleren. Tenslotte houdt het bureau zich ook bezig met het werven van belangstellenden voor deze woonvorm.

Lessen uit de Verenigde Staten
Bewonersgroepen die zelf ontwikkelen, in Nederland CPO groepen genoemd, kunnen een belangrijke rol spelen bij het revitaliseren van een buurt. Een architect, die ook deskundig is als begeleider van de initiatiefgroep, is dan een pré. Dit blijkt ook uit het Amsterdamse voorbeeld Vrijburcht.
Het is belangrijk om aandacht te besteden aan de architectuur van gemeenschappelijke ruimtes. Gemeenschappelijke ruimtes die in de loop liggen tussen de entree en de eigen woning, stimuleren ontmoeting. Het is prettig als in één oogopslag te zien is of er mensen in de gemeenschappelijke ruimte zijn en wat er te doen is.

Prettig oud worden in eigen woning

De geïnterviewde bewoners van alle drie beschreven projecten zijn enthousiast over hun woonvorm en beamen dat het mogelijk is op die manier prettig oud te worden in de eigen woning. Omdat er buren zijn, medebewoners die zich om je bekommeren en je niet anoniem leeft. Er wordt ook in andere landen over nagedacht hoe zorg geregeld kan worden, als iemand bij het ouder worden echt hulpbehoevend wordt en burenhulp niet meer toereikend is.

Tips uit de drie projecten:

  • Het collectief organiseren van thuiszorg, een soort zorgcoöperatie, kan handig zijn in een woongemeenschap.
  • De zorgeenheid, die in Duitsland in hetzelfde gebouw zit als de woongemeenschap, is een mogelijke oplossing.
  • De Amerikaanse variant, waarbij een woonruimte wordt gerealiseerd voor een professionele zorgmedewerker, is ook een idee.
  • Alle beschreven woongemeenschappen hebben een collectieve logeerruimte, waar gasten tegen een laag bedrag gebruik van kunnen maken. Dit genereert inkomsten voor de bewonersvereniging. Een dergelijke logeerruimte kan indien nodig ook tijdelijk gebruikt worden door professionele 24-uurszorg.

Gemeenschappelijk wonen past goed binnen het palet van woonmogelijkheden. In Nederland, en ook in andere landen neemt het aantal toe, en ook de variëteit: met meerdere generaties of volgens leefstijl. Wederkerigheid en ondersteuning spelen een grote rol. Een welwillende houding van gemeenten en corporaties heeft een gunstig effect op het ontstaan van deze woonvorm. 

Studiereis: Meergeneratie wonen in Duitsland

Woonvormen die generaties verbinden zijn in Nederland nog dun gezaaid. Duitsland kent een lange traditie op dit gebied en heeft voorbeelden van intergenerationeel wonen, welzijn en zorg waar wij veel van kunnen leren. In september 2015 en mei 2016 lieten deelnemers aan de studiereis zich inspireren door intergenerationele woonprojecten van onze Oosterburen. 

08-07-2015 10:22