Cliëntenparticipatie bij gemeenten gering

04-05-2006

Slechts een kwart van de gemeenten betrekt cliënten- en patiëntenorganisaties bij hun beleid. Dit blijkt uit het onderzoeksrapport 'Advisering over maatschappelijke ondersteuning' dat het Verwey-Jonker Instituut heeft uitgebracht. Het Lorep, het Landelijke Overleg van Regionale Patiënten/Consumentenplatforms, is opdrachtgever.

Onderzoek bij 200 gemeenten

Het onderzoek is gericht op het krijgen van een beeld van de huidige stand van zaken van de lokale participatie en belangenbehartiging. Het onderzoek wordt toegespitst op een inventarisatie van de cliëntenparticipatie in gemeenten. Ook is in kaart gebracht hoe cliënten- en patiëntenorganisaties betrokken zijn bij de gemeentelijke Wmo-plannen. De onderzoekers hebben 200 gemeenten schriftelijk geraadpleegd. Bij 12 gemeenten is een kwalitatieve analyse gemaakt van de aard van de cliëntenparticipatie.

Enkele interessante bevindingen uit het onderzoek

Drie modellen van cliëntenparticipatie

De onderzoekers komen op drie modellen van cliëntenparticipatie in de Wmo:

  1. Het groeimodel: scheiding tussen beleidsadvisering en individuele voorzieningen. Dit model gaat uit van een brede Wmo-adviesraad samengesteld uit de verschillende vertegenwoordigers van doelgroepen. Daarnaast zijn er cliëntenraden gericht op individuele voorzieningen (WVG, WWB).
  2. Het integrale model: verbinding tussen cliëntenparticipatie en burgerparticipatie. Naast een integrale Wmo-adviesraad zijn er wijkraden en woonzorgpanels. De afzonderlijke adviesraden worden opgeheven.
  3. Het gescheiden model: aparte advisering over sectoraal beleid en integraal beleid. De huidige cliëntenraden blijven bestaan. Daarnaast komt er een Wmo-klankbordgroep die gemeenschappelijke belangen behartigt.

Tenslotte doen de onderzoekers een aantal aanbevelingen. Het ontwikkelen van een meer integrale visie van gemeenten op burgerparticipatie en cliëntenparticipatie, op alle prestatievelden is er één van.


zoeken in 118 websites