S M

Hét informatiepunt voor professionals
op het gebied van wonen, welzijn en zorg

Lokale kracht Uitgelicht: Innovatie uit de middeleeuwen

Tine de Moor - universitair hoofddocent verbonden aan het Kenniscentrum 'Instituties voor de open samenleving' van de Universiteit Utrecht

Wat we van de gilden en gemene gronden kunnen leren over lokale kracht

Vóór het bestaan van de welvaartsstaat verenigden burgers zich om gemeenschappelijke voorzieningen te creeren. Tine de Moor - universitair hoofddocent verbonden aan het Kenniscentrum 'Instituties voor de open samenleving' van de Universiteit Utrecht - bestudeert deze gemeenschappelijke voorzieningen zoals gilden (in de stad), gemene gronden (op het platteland) en coöperaties (zowel in de stad als op het platteland te vinden). Uit de geschiedenis van de toenmalige instituties kan de moderne burger lering trekken, betoogt Tine de Moor. Op 5 september spreekt ze op de bijeenkomst Lokale Kracht, power in wonen, welzijn en zorg.

Nieuwe collectieven

Praat met Tine de Moor en er komt een bevlogen verhaal over burgerinitiatieven uit het verleden maar nog meer over de nieuwe collectieven van het heden. "Juist nu worden collectieven groot. Kijk wat er gebeurt met gezamenlijke energie-inkoop, autodelen en toeristisch logeren bij mensen thuis. Je ziet dit type nieuwe collectieven in heel Europa." Tine de Moor leidt sinds een paar jaar een groot team historici, antropologen, economen en zelfs biologen rond dergelijke initiatieven in zowel heden als verleden aan de Universiteit Utrecht en ziet dat het onderwerp in het bijzonder sinds het voelbaar worden van de economische crisis op steeds meer aandacht kan rekenen.

Leren van het verleden

Uit de middeleeuwse en vroegmoderne geschiedenis leren we dat burgers heel goed in staat zijn om zelf collectieve afspraken te maken en zich daar ook aan te houden. Tine de Moor heeft zich verdiept in het collectief beheer van weidegronden en de organisatie van gilden. Extra interessant wordt het voor haar om de inzichten door te trekken naar het heden. Wat maakt dat een initiatief zich kan ontwikkelen tot een blijvertje? Tine onderscheidt een aantal bepalende elementen. Het initiatief moet van onderop komen en de regels moeten opgesteld worden door de betrokkenen zelf. Ook de handhaving van de regels is in eigen hand. Betrokkenheid en zelfregulering zijn essentiële elementen van burgerinitiatieven.

Niet zonder de overheid

De rol van de overheid is essentieel bij het bestendigen van een burgerinitiatief. Tine verwijst naar de Amerikaans econome en Nobelprijswinnares Elinor Ostrom. In haar boek 'Governing the commons' noemt Ostrom de expliciete erkenning van de overheid een noodzakelijke voorwaarde voor de ontwikkeling van een burgerinitiatief. De overheid moet burgerinitiatieven erkennen als een volwaardig alternatief voor overheidsvoorzieningen of de markt. Flexibiliteit is van belang; initiatieven kunnen niet in een standaard mal gepast worden en regels moeten aansluiten bij het vertrouwen en de betrokkenheid waarop de nieuwe collectieven gebaseerd zijn. Vaak zijn de noden die men met dergelijke initiatieven lenigt zo specifiek en lokaal van aard, dat een standaardaanpak, opgelegd van bovenaf, niet werkt. De uitdaging voor de toekomst ligt in het "herdenken" van de relatie tussen overheid en burger, waarbij wederzijds vertrouwen een duurzame vorm kan krijgen.

Het collectief als alternatief

Tine de Moor ziet het wel zitten. Het collectief als alternatief. Nu de overheid zich terugtrekt op tal van terreinen leren burgers opnieuw denken in collectieven. Ook in wonen, welzijn en zorg. Leren van elkaar dat gaan we zeker doen op 5 september.

16-08-2012

Meer informatie

Stel een vraag


Daniëlle Harkes
Manager Kenniscentrum



Yvonne Witter
Adviseur Kenniscentrum